<terug>




DE NIEUWE KLEREN VAN DE KEIZER



Dit sprookje staat bekend als een sprookje over een ijdele keizer.
Kasten, nee kamers vol met kleren en nooit tevreden.
IJdel?



Er was eens een keizer van een klein keizerrijkje. Die keizer wilde er natuurlijk graag goed uit zien en nou had hij de pech dat hij een paar pukkels had, smalle schouders en een buikje.
Vrachten crèmes werden aangevoerd om de pukkels te bedekken. Schoudervullingen in alle maten en vele soorten corsetten regen het buikje van de keizer in. Dat lukte aardig, eigenlijk wisten alleen de aankleeddienaren er van, van die pukkels, die smalle schouders en dat buikje. En nee dat de aankleeddienaren daarvan wiste, dat was niet zo erg. Wat echt erger was, was dat de keizer het zelf wist. Hij wist het en dus bleef hij het zien, dwars door alle camouflage heen. En daarmee begon de ellende van zijn ijdelheid. De schone schijn ophouden werkte niet voor hemzelf en bracht hem tot de volgende domme daden die van de keizer verteld worden.

Maar laten we wel even opmerken dat er een bloeiende industrie bestaat in cosmetica, mode, schoudervullingen en steun- en hulpstukken. De keizer staat dus niet alleen.
Als jij er uit moet zien zoals jij meent dat het er uit moet zien, dan ben je in moeilijkheden. Je kunt anderen misschien misleiden, maar jezelf er van overtuigen dat iets er niet is wat je eerst zelf hebt gecamoufleerd, is een stuk lastiger. En dan ondermijn je je zelfvertrouwen wel erg systematisch. Steeds bedrieglijker moet je zijn en dan, zegt het verhaal, wordt de bedrieger bedrogen.

Er dienen zich twee kleermakers aan in de herberg van het stadje. Ze huren dure kamers, gaan breed uit eten en delen vele pilsjes uit aan de nieuwsgierige inwoners die stuk voor stuk even een kijkje komen nemen. " Wat zullen die mannen rijk zijn" zeggen ze tegen elkaar.

Zo simpel is dat dus en wie weet het niet? Wie er uit wil zien als een welvarend iemand hoeft maar een mooie auto te huren, een net pak aan te trekken en een koffertje bij zich te dragen en even een beetje royaal te zijn. Een paar aardige relatiegeschenken horen er dus wel bij. Iedereen weet dat het onzin is, maar wat vinden we het leuk al die pennen, blocnootjes, aanstekers, horloges en ga zo maar door.

De kleermakers hebben dus breed uitgepakt. Het is de brutaalste onder de gasten die vraagt wat de heren voor hun beroep doen, daar ze klaarblijkelijk zo goed verdienen.

" Wij zijn kleermakers" zeggen de mannen "maar niet zomaar kleermakers, wij maken de kleren voor koningen, keizers en nou ja af en toe voor een hertog of een graaf."

Dat moet de keizer dus weten en het bericht is sneller bij de keizer dan e-mail.
"Dat is wat voor mij" denkt de keizer, want hij is intussen natuurlijk wel wat wanhopig geworden dat het maar niet lukt zelf te vergeten dat hij pukkels, smalle schouders en een buikje heeft.
Hij ontbiedt de kleermakers in zijn paleis en de kleermakers zijn zo vriendelijk de volgende dag tijd in hun agenda in te ruimen om een kijkje bij de keizer te nemen.

De kleermakers stellen zich voor als kleermakers van keizers, koningen en af en toe een hertog of een graaf. De keizer is eerst nog zo dom om te vragen of de mannen iets hebben om te laten zien! Ach, ja hij is natuurlijk maar een klein keizertje, een provinciaaltje, zo´n klein keizertje dat hij bij het zien van de ontstelde blikken van de kleermakers over zoveel onwetendheid snel zijn vraag intrekt.

Dan prijzen de kleermakers hun waar aan.
"Wij leveren heel bijzondere kleren" zeggen de kleermakers. "Ze zijn alleen te zien door mensen die goed zijn in hun vak en niet dom zijn."
"Dus alle mensen die dom zijn en niet geschikt voor hun werk, kunnen de kleren niet zien!" denkt de keizer. "Oh hemel, dat is handig."
Ja, zo houd je de incrowd onder elkaar.
"En" denkt de keizer, "dan weet ik dus ook meteen wie er van mijn onderdanen dom zijn en niet geschikt voor hun werk". Ik dacht al dat er een aantal van mijn onderdanen niet zo geschikt zijn, maar ja hoe kom je daar achter? Die kan ik dan dus ontslaan en dat spaart heel veel geld. De schatkist is al niet meer zo vol, dus dat zal schelen.
"Wat kost dat dan allemaal wel" vroeg de keizer, die wel wist dat die vraag ook niet van zo´n hoog peil was, maar ja een beetje zakelijk moet je toch wel zijn nietwaar. De kleermakers wisten het niet precies, maar zo ongeveer, ja daar moest de keizer toch wel op rekenen. De keizer schrok wel, maar dat liet hij niet merken (dacht hij) en het zou toch ook heel veel besparen.
Dus dat moest het dan maar worden. Een nieuw stel kleren van deze wonderbaarlijke superkleermakers.

Het eerste dat de kleermakers vroegen was een flink voorschot, want ze moesten de garens waaruit de stoffen geweven zouden worden wel van ver halen. De keizer verblikte ook al bij dit voorschot, maar gaf opdracht aan de schatkamerbeheerder het geld aan de kleermakers te overhandigen. En bij hoge uitzondering beloofden de kleermakers meteen de volgende dag op pad te gaan.

Enfin, herken je het spel? Wereldwijd overal hetzelfde.
Bij hoge uitzondering heb ik voor u iets heel bijzonders, het lijkt eerst wel duur, maar uiteindelijk bespaar je en jij zult succesvol zijn.


De kleermakers bleven lang weg. De keizer begon zich zorgen te maken of ze er niet gewoon met zijn geld vandoor waren gegaan. De ministers dachten hetzelfde, maar niemand durfde dat nog te zeggen.
En….het is een kwestie van timing, net toen de keizer zich echt ongerust begon te maken, er niet meer van kon slapen, toen verschenen de kleermakers. De opluchting was zo groot, dat de keizer hun volgende wensen zonder verdere vragen inwilligde.

De kleermakers wilden een atelier, ver uit de buurt om in alle rust te kunnen werken. Ze wilden niet gestoord worden en als ze iets wilden laten zien, dan zouden ze daar bericht van geven.

De keizer stelde een mooi ruim atelier beschikbaar en die nacht sliep hij weer eens als normaal.
Weer begon een lange tijd van wachten. De kleermakers lieten zich niet zien en de keizer werd al maar nieuwsgieriger. Zou hij even kunnen gaan kijken?
Nee, dat was beneden zijn waardigheid.
Toen de keizer het niet meer uithield stuurde hij zijn eerste minister.

De eerste minister was natuurlijk ook heel nieuwsgierig geworden en voelde zich heel belangrijk dat hij als eerste de nieuwe kleren zou mogen aanschouwen.
Pontificaal klopte hij op de deur van het atelier. Er klonk wat gerommel en de deur ging op een kier. Nee, zo makkelijk maakten de kleermakers het de eerste minister niet.
" Wie daar?" vroeg de één door de kier van de deur waar nog de ketting op zat.
De eerste minister was niet gewend als een deurverkoper behandeld te worden en had de grootste moeite om zijn waardigheid te behouden.
"De keizer wil op de hoogte gesteld worden van de vorderingen. Ik ben de eerste minister."

Er klonk enig ge-ahum en ja ja natuurlijk, nou ja komt u dan maar even binnen. De ketting werd van de deur gedaan, de kier verbreedde zich en de eerste minister kon naar binnen.

De kleermakers hadden intussen overal stoelen neergezet, er hingen haken er stond een weefgetouw, maar de eerste minister zag geen kleren, helemaal niets!
Even wilde hij kwaad worden, maar toen bedacht hij zich dat de kleermakers hadden gezegd dat de kleren niet gezien konden worden door mensen die dom waren en niet geschikt voor hun werk.
"Ik zou toch niet dom zijn of niet geschikt voor mijn werk" dacht hij geschrokken. Dat was zelfs nog nooit bij hem opgekomen.
Maar aangezien de kleermakers gewoon deden alsof ze een uitgebreide collectie toonden, wist de eerste minister niets anders te doen dan maar te doen alsof.

Wat en prachtige stoffen, wat een kleuren, ziet u de gloed, de warmte, de volheid. Wat valt het soepel. De kleermakers gingen maar door en de eerste minister werd steeds beter in het meejuichen en doen alsof.

De kleermakers lieten de eerste minister uit, stralend en zelfvoldaan.
En jawel de eerste minister deed verslag aan de keizer in de meest bloemrijke bewoordingen die hij net overgenomen had van de kleermakers en hij was natuurlijk al een beetje ervaren.

De keizer kon zich toen niet meer bedwingen en ging er meteen zelf op af.

Ditmaal zwaaiden de kleermakers met een groots gebaar de deur open en zeiden dat ze de keizer wel verwacht hadden nadat de eerste minister verslag gedaan had.

De keizer kwam binnen en zag ………………………… niets.
" Ojee" dacht nu de keizer, " Dat ik zelf dom was en niet geschikt voor mijn werk, daar had ik niet op gerekend. Dat mag helemaal niemand merken!"
En dus ging ook de keizer op in het roemen van al dat niets! Omdat hij zich toch wel een beetje zorgen maakte over wie er nu wel en wie er niet de kleren zouden kunnen zien, riep hij meteen de hele ministerraad bijeen. Hij verkondigde: "De kleren van de kleermakers zijn wonderschoon!"
De eerste minister zei niets, die was blij dat hij van de verantwoordelijkheid af was om iets over de kleren te zeggen. Hij knikte maar wat.

De keizer was er niet dol op, maar hij kon er niet om heen dat hij nu toch af en toe moest passen. Jeetje wat was dat een klus, als maar doen alsof! Hij begon zich een beetje een pantomimespeler te voelen en dat hielp ook nog. De keizer en de kleermakers raakten zowaar op elkaar ingespeeld. De kleermakers raadden de keizer dan ook aan om als de hele collectie klaar was, een grote optocht door het stadje te maken.

De optocht werd luid aangekondigd en toen was de dag daar waarop de keizer zich aan zijn volk zou tonen.
De keizer werd gekleed door de kleermakers en ook de kamerdienaren deden ernstig mee. Droegen van alles aan en zo. Die wilden natuurlijk ook hun baantje niet kwijt.

De optocht begon. Eerst de fanfare en toen de dansmeisjes en nog veel meer gingen er aan de keizer vooraf. En toen, ja daar was de keizer.
Er viel een zware stilte, daar liep de keizer in zijn nieuwe kleren en niemand kon ze zien. En niemand wilde dat laten merken, en dus klonk er vervolgens als uit één mond: OOOOOOOOOh en aaaaah en mooooooooi en toen……………Lang leve de keizer!
Bij iedere volgende straat die de keizer insloeg gebeurde hetzelfde, stilte,,,, ooooohhhhhhh, aaahhhhh en lang leve de keizer.
Totdat, totdat ……………………………….. op een moment van stilte, een klein jongetje hardop tegen zijn moeder zei: "Maar mama, de keizer loopt in zijn nakie!"

De moeder probeerde gegeneerd het jongetje tot zwijgen te brengen, maar de mensen om hen heen hadden het gehoord en ze zeiden eerst zachtjes tegen elkaar: "Hoor je dat", dat jongetje zegt: "de keizer loopt in zijn nakie" en toen was er iemand die zei: "Nou eerlijk gezegd zie ik ook niet veel". Dat was heel slim vaag uitgedrukt hè. De volgende durfde toen al iets meer: "Ik zie helemaal geen kleren" en de volgende zei: "Dat jongetje heeft gelijk, de keizer loopt in zijn nakie!". En de mensen begonnen te lachen en sommigen riepen, eerst zachtjes, maar toen steeds luider: "De keizer loopt in zijn nakie!"
Ja, en toen hoorde de keizer het natuurlijk ook. Verschrikt draaide hij zich om en holde terug naar het paleis. Langzaam drong het tot hem door hoezeer hij beetgenomen was. Hij schaamde zich verschrikkelijk. Maar Iedereen schaamde zich een beetje en daarom werd het geheel maar als een goede grap beschouwd.


<terug>